In de villa van de waanzin, een legoconstructie van 1985, maakt Crepain zijn wensdroom expliciet:
‘Een zonderling trekt zich terug uit de maatschappij en bouwt 4 villa’s: een voor een mistige kust, een bij de bakermat van de beschaving in de woestijn, een in het vredige hooggebergte en een in het vijandige regenwoud. Vier identieke villa’s die hij beurtelings voor één jaar bewoont, zodat hij er eenmaal de lente, eenmaal de zomer, eenmaal de herfst en eenmaal de winter beleeft. Vier identieke villa’s, telkens met een crypte, twee identieke zalen, een dakterras en vier torens in vier kleuren naar de vierwindrichtingen. Elke toren met één repetitief herhaald muziekstuk: voor de zwarte toren, Heitor Villa-Lobos‘ Chorus 10; voor de glazen toren, Igor Stravinsky’s Sacre du Printemps; voor de gele toren, Meredith Monk’s The Tale; voor de blauwe toren, Eric Satie’s Gymnopédies. De villa dus als versterker van emotie, de villa met de onafwendbare confrontatie met de natuurelementen, de villa als beschermer van gecultiveerde taboes. De villa van de waanzin’
Jo Crepain 1985
